Betawijs: Werken aan onderwijs

Leren met breinkennis (2/3)

Dit is deel twee van eens serie van drie over hoe je leerprestaties van leerlingen kunt verbeteren, wanneer je weet hoe je hersenen werken. Het eerste deel van deze serie gaat over hoe je hersenen verbindingen leggen en het verschil tussen een fixed en een growth mindset. Dit bericht vindt u hier.

Voorbeeldrol

Als docent of PAL heb je grote invloed op de mindset van je leerlingen. Allereerst is het de manier van feedback geven en ten tweede zijn er spiegelneuronen actief bij je leerlingen. Dat je onbewust gedrag overneemt van iemand die je ziet wordt spiegelneuronen genoemd. Bijvoorbeeld dat je gaat gapen als je iemand anders ook ziet gapen.

Je eigen mindset beïnvloed de mindset en de leermotivatie van je leerlingen!

Meer over spiegelneuronen in dit filmpje:

Puberbrein

Belangrijk om te weten is dat het menselijk brein nog zich ontwikkelt tot je ongeveer 23 jaar bent. Eén van de laatste delen van je hersenen dat zich ontwikkeld is de prefrontale cortex. Dit deel zit direct achter je voorhoofd en hierin zitten functies als plannen, het uitstellen van beloningen en het kunnen overzien van de consequenties.

Als je dit weet, dan kun je in ieder geval het volgende bedenken:

  • Het kunnen plannen van huiswerk, zeker op de lange termijn, zal zich pas op een latere termijn goed ontwikkelen.
  • Leerlingen zullen meer moeite hebben dan volwassenen bij het onderdrukken van impulsen.

Feedback

Zoals vorige keer al besproken is de mindset van groot belang bij de leermotivatie van leerlingen. Met de juiste feedback kun je ervoor zorgen dat leerlingen een growth mindset krijgen. Belangrijk hierbij is te focussen op de inspanningen en niet op de slimheid van de leerling. Om dit te bewijzen is het volgende experiment uitgevoerd (Mueller en Dwck, 1998).

Leerlingen werd gevraagd om een aantal vragen te beantwoorden. Daarna werden de leerlingen in drie groepen verdeeld, die ieder verschillende feedback kregen:

  • Neutrale feedback:
    “Dat is een goede score.”
  • Feedback op inspanning:
    “Dat is een goede score. Je hebt er vast hard voor gewerkt.”
  • Feedback op intelligentie:
    “Dat is een goede score. Je moet wel heel slim zijn.”

Vervolgens kregen de leerlingen weer een test, maar dan met erg moeilijke opgaven. Het resultaat was duidelijk. De leerlingen die geprezen waren om hun intelligentie haakte sneller af. De resultaten van deze test zijn te zien in dit plaatje:

De invloed van feedback op leermotivatie

Dus: probeer de leerling te stimuleren om hard te werken in plaats van zijn of haar slimheid te prijzen.

In de volgende aflevering zal ik ingaan op zes basisprincipes bij het doceren. De informatie die ik voor deze serie heb gebruikt, komt uit het boekje “Het brein achter leren” van Gerjanne Dirksen

Links:

Met RSS 2.0 kunt u alle reacties op deze post volgen.

Trackbacks / Pingbacks