Betawijs: Werken aan onderwijs

‘Alleen maar nette mensen’: in Oud-Zuid én in de Bijlmer

Yves Otten is één van de 13 huiswerkbegeleiders op het Augustinus College in Amsterdam Zuidoost, ook wel de Bijlmer genoemd. Een aantal middagen per week begeleidt hij samen met 4 anderen de leerlingen op deze vmbo-school. Hieronder lees je zijn verhaal.

Met een roman de klas inYves

“Zelf zit ik in mijn tweede jaar van de studie Nederlandse Taal & Cultuur. Vaak komt het voor dat ik gewapend met een roman de school binnentreed. Ik sla dan twee vliegen in één klap: ik hoop door dit werk uit te vinden of het lesgeven wat voor mij is en ondertussen kan ik proberen mensen aan het lezen te krijgen. Altijd als ik een scholier zie zitten met een boek, ga ik er even bij zitten en laat ik de scholier praten over het boek.

Vlak voordat ik met werken begon op het Augustinus College las ik Alleen maar nette mensen, een roman van Robert Vuijsje waarin de pijnlijke tegenstrijdige vooroordelen over Amsterdam Oud-Zuid – waar ik momenteel woon – en de Bijlmer – waar ik momenteel werk – duidelijk naar voren komen. Geschrokken van het beeld dat Vuijsje schetste van de mensen in de Bijlmer kreeg mijn werk er een nieuwe missie bij. Niet langer wilde ik de scholieren zo goed mogelijk helpen met huiswerk en met de sociale omgang, ook wil het ongelijk van Vuijsje bewezen zien.

Eerlijk gezegd: het was ontzettend wennen toen ik de eerste dag aan de slag ging. Waar ik zelf als gymnasiumklantje de rustige Gooise klaslokalen gewend was, leek het hier of je continu bezig was kinderen tot stilte te manen, uit elkaar te trekken en aan het werk te zetten. Ik voelde me een politieagent die op zijn eerste dag verzeild is geraakt in het kattenkwaad van een stel pubers. Maar Alleen maar nette mensen schoot door mijn hoofd en vol vertrouwen nestelde ik me naast het eerste de beste kind dat mijn aandacht had.

Binnenkomen op een school

Dat is de manier waarop je het best doordringt tot de scholier; door zijn of haar aandacht op jou gevestigd te zien, in plaats van op klasgenoten. En het is de beste manier om als nieuwkomer geaccepteerd te worden in de cultuur van een dergelijke middelbare school.

Als huiswerkbegeleider – ook wel PAL in vaktermen – bouw je een band op met de scholieren en laat je zien dat er veel meer te halen valt uit de periode op de middelbare school. Ik laat zien dat ik kan genieten van het leren en hoop met mijn toekomstplannen de scholieren te inspireren. En op hun beurt inspireren de scholieren mij weer.

Helder voor de geest staat het mij dat om vijf uur in de middag – toen al het huiswerk al gedaan was – er drie Bijbels op tafel getoverd werden en ‘meester Yves’ een lesje godsdienst kreeg. Nog tot na het verstrijken van de tijd hebben we gepraat over het geloof en heb ik me laten betoveren door de stemmen van de scholieren die mij hun mooiste verhalen uit de Bijbel voorlazen.

Het werken op het Augustinus blijkt veel meer te zijn dan samen met de scholieren huiswerk maken en uitleggen. We begeleiden de kinderen in hun sociale vaardigheden, we zijn een luisterend oor, we doen spelletjes met ze en als ze binnenkomen staan we klaar om de boks in ontvangst te nemen, afgesloten met een vuistslag op eigen borst.”

(Robert Vuijsje, Alleen maar nette mensen, maar 2008, uitgeverij Nijgh en van Ditmar, € 12,50)

Met RSS 2.0 kunt u alle reacties op deze post volgen.

Trackbacks / Pingbacks