Vijf dingen die je niet moet doen in het klaslokaal
Je kent ze wel. Do- en don’t-lijstjes. Wat doe wel op de werkvloer, tijdens een sollitatiegesprek. Wat moet je doen op een date om de vrouw van je dromen te versieren en hoe zorg je ervoor dat het mislukt. In elke context heerst een bepaald verwachtingspatroon, een bepaalde etiquette. Maar hoe zit dat in het onderwijs? Hieronder heb ik vijf punten op een rij gezet, voor leerling en docent, die volgens mij niet thuishoren in een klaslokaal. Of toch wel?
Dragen van een pet – don’t
In een klaslokaal is het belangrijk dat iedereen elkaar aan kan kijken. Als men met elkaar spreekt, is het gebruik elkaar in de ogen te kunnen kijken. Een pet zorgt hiervoor voor een belemmering. De leerling kan zich verschuilen onder een pet. De rest kan niet zien waar de leerling mee bezig is. En dit zorgt voor onrust in de klas. Wat ik hiermee wil zeggen is: doe je pet af in de klas! Zorg voor openheid. Zorg dat de rest je gezicht kan zien. Op die manier zorgt men voor rust in de klas. En voor gelijkheid. Niemand anders heeft een pet op. Waarom dan jezelf onderscheiden van de rest door je te verbergen? Don’t. En een muts dan? Twijfelachtig. Mutsen zijn bedoeld om in de winter je hoofd warm te houden, maar zijn tegenwoordig onderdeel van de mode. En het laat je gezicht open. Het voordeel van de twijfel. Over hoofddoekjes begin ik niet. Zolang het recht van vrijheid van religie nog bestaat, zie ik geen bezwaren.
Kauwgom – do? don’t?
Wat is er vervelender voor een docent dan kijken naar malende leerlingen? En wat is er vervelender voor een hele klas dan het gesmak van een kauwgomkauwende klasgenoot te horen? Niks waarschijnlijk. Toch is kauwgom kauwen zo slecht nog niet. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat kauwgom kauwen zorgt voor een verhoogde mate van concentratie. Wat doen we met kauwgom kauwen? Afschaffen? Of gedogen? Ik denk dat we het maar door vingers moeten zien. Een stiekeme do dus. En de smakkende medeleerling? Misschien wat kaakspieroefeningen of nogmaals uitleggen dat mensen anders zijn dan koeien. Niet herkauwen met open mond in de klas dus.
Smartphones/GSM – don’t
Vroeger, lieve lezers, bestonden er nog geen mobiele telefoons. Vroeger was het internet nog iets uit sf-films. Vroeger was het klaslokaal, was de school nog de oase van kennis. En de docent bracht al deze kennis over. Luisteren is het enige wat je deed en als je al afdwaalde keek je naar buiten en verdween je tussen de wolken. Je droomde je alvast naar buiten in het gras en in de zon. Maar tegenwoordig wordt er in de les alleen nog maar gedwaald op het internet. Sinds kort is namelijk iedereen in het bezit van een smartphone. Met internet. En de kennis is tegenwoordig het internet. Leerlingen geloven iets eerder van internet dan van de leraar. En dat is kwalijk. De leraar moet zijn status als kennishebber terugkrijgen. En om dat te bewerkstelligen moeten alle telefoons uit en opgeborgen worden. Telefoon zichtbaar? Inleveren en aan het eind van de dag halen. Dus: een telefoon in de klas met internet? Don’t. Luister naar de docent, luister naar mij en leg je telefoon weg. Do. Internet is voor na school.
Te laat komen – don’t
De inkopper. Maar niet minder waar. Op school word je opgeleid voor het verdere leven. En werkgevers houden er niet van als je te laat komt. Dus oefen het alvast op school. En lukt het niet, dan is de ochtend daarna 8 uur ineens heel vroeg.

Op de tafel schrijven – don’t
Een brave leerling, dat is was ik was. Maar ook ik heb wel eens een heel landschap na schooltijd van een tafel moeten poetsen. Want de tafel is nou eenmaal niet van jou, maar van de school. En op andermans eigendommen tekenen wordt niet gewaardeerd. Zelfs al is je tekening nog zo mooi, het moet eraf. Docenten waarderen de educatie-graffiti niet. Kortom: tekenen op de tafel. Don’t. Je creativiteit botvieren op je tekenopdracht en een 9 halen voor tekenen. Een absolute do!!