Werken op het vmbo: Remy vertelt… (deel 2)
In het vorige deel werd benadrukt dat leerlingen ertoe doen, ongeacht leerniveau. En wat daarbij belangrijk is, is dat dat uitgestraald wordt. Het algemene beeld over het vmbo is nog wel eens anders. Media belichten vooral wat er allemaal niet goed gaat, en medewerkers van scholen accepteren dit negatieve beeld vaak. In deze blog vertelt Remy de Pundert (25), student Onderwijskunde en PAL-student, wat zijn bevindingen zijn over het werken met vmbo-leerlingen. Op de Scholengemeenschap Reigersbos geeft hij huiswerkbegeleiding; op het Haarlemmermeer Lyceum valt hij in als er lessen uitvallen.
Iedereen is anders
De eerste vraag, of hij verschillen opmerkt tussen enerzijds vmbo-leerlingen en anderzijds vwo’ers en havisten, noemt Remy gevaarlijk. “Dé vmbo’er of dé vwo-leerling bestaat immers niet.” Wel valt het hem op dat er een verschil in benadering van leerlingen is ten opzichte van kennis. “Vmbo-leerlingen lijken meer visueel en praktijkgericht ingesteld. Ze worden eerder geprikkeld door opdrachten, of filmpjes en plaatjes waaruit ze kennis kunnen halen. Vwo-leerlingen kunnen wat abstracter denken.” Je ontkomt er dan ook niet aan om je anders op te stellen ten opzichte van verschillende leerlingen, zegt Remy, en het is ook juist van belang dat je dat doet. “Je zou zelfs kunnen zeggen dat iedere leerling een andere houding van een docent nodig heeft. Zo heeft de stille en onzekere leerling bijvoorbeeld een meer steunende houding nodig. Vaak gaat dat vanzelf. Het is een interactie tussen jou als docent en de kinderen.”
‘Maar meester, ik ben niet zo slim.’
Erkenning
Vmbo-ambassadeur Ad van Andel stelt dat leraren zich moeten verbinden met leerlingen en moeten laten merken dat ze ertoe doen. Volgens Remy is erkenning het codewoord. “Ik probeer erkenning te tonen en hen serieus te nemen. De nadruk moet liggen op een sfeer waarbij de waardering voor kwaliteiten, prestaties en vaardigheden centraal staat.Een goede basis voor een band met een leerling lijkt mij interesse in wie de leerling is, maar ook je eigen persoonlijkheid tonen.”
Imago
Het beeld van het vmbo is niet al te best. Remy merkt dat een segment van de leerlingen die negativiteit aanvoelt. “Dit heeft zowel met de media te maken, als met de economische gerichte denktrant in het onderwijs. Daarnaast is de hele samenleving sterk prestatiegericht. De hoogpresteerders worden impliciet als winners neergezet, de laagpresteerders als losers. Er zullen veel leerlingen zijn die dat zo zien.” Dit kwam sterk naar voren toen een leerling tegen Remy zei: ‘Maar meester, ik ben niet zo slim.’ Deze opstapeling van factoren kan erg schadelijk zijn voor de motivatie en het zelfvertrouwen van leerlingen. “Belangrijk is dus dat leerlingen het gevoel krijgen dat ze ertoe doen. De nadruk moet liggen op een positieve bekrachtiging van waar ze goed in zijn en wat hen beweegt. En daarbij hoort oprechte interesse.”