Profielen moeten blijven
Leraren in het voortgezet onderwijs zien de vier profielen niet graag verdwijnen. Dat blijkt uit een enquête van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Een kleine meerderheid stemde voor het behoud van de profielen. Als het aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ligt, maakt het huidige systeem echter plaats voor twee of drie profielen.
De profielen werden in 1998 met de tweede fase ingevoerd. Vanaf de bovenbouw kiezen leerlingen voor de richting Cultuur en Maatschappij, Economie en Maatschappij, Natuur en Gezondheid of Natuur en Techniek. Aanvankelijk zagen niet alle leraren uit naar de invoering. Ook leerlingen hadden kritiek, wat in 1999 leidde tot een grote scholierendemonstratie in Den Haag.
Overhoop
Van de deelnemers aan de enquête vreest 32 procent dat de structuur in het onderwijs opnieuw overhoop wordt gehaald wanneer het aantal profielen verandert. Slechts een kwart is voor de verandering. Nog een kwart is eerder voor een andere verandering: nul profielen, met een aantal verplichte kernvakken.
Klassengrootte
4000 werkende en studerende AOb-leden namen deel aan de enquête. 71 procent van hen is tegen de prestatiebeloning, die het ministerie eerder voorstelde. Een betere oplossing zou het ontslaan van slechte docenten zijn. Verder vinden de deelnemers dat het ministerie te weinig aandacht besteedt aan de grootte van de klassen. Maar liefst 79 procent van de docenten denkt dat het onderwijs verbetert met kleinere klassen.
Zesjescultuur
Tot slot deelden de deelnemers cijfers uit aan de bewindslieden. Hoewel het kabinet van de zesjescultuur af wil, haalde niemand een voldoende. Premier Mark Rutte kreeg een 5,1, staatssecretaris Halbe Zijlstra een 4,2 en minister Marja van Bijsterveldt werd beoordeeld met een vier. Niet eerder haalde een minister zo’n laag cijfer in een AOb-enquête.
Bètawijs is nu Inwijs! Een nieuwe naam en een nieuw uiterlijk. Wij verwelkomen u graag op onze nieuwe website: www.inwijs.nl
